Voorbelasting

Artikel 15 Wet op de Omzetbelasting 1968
Omdat u als werkgever de stoelmasseur contracteert en betaalt, en u dus afnemer bent van de prestaties, heeft u om die reden, op grond van artikel 15 van de Wet op de Omzetbelasting 1968, recht op aftrek van voorbelasting onder de genoemde condities.
De 21% BTW die geheven moet worden op de factuur van de stoelmassage (inclusief reiskosten) is geheel verrekenbaar met de voorbelasting die uw bedrijf of instelling zelf in rekening brengt (officieel besluit Ministerie van Financiën d.d. 30 januari 2002, nr. CPP2002/292M).
Als u als (semi-)overheid vrijgesteld bent van BTW-heffing, is er sinds januari 2003 een BTW-compensatiefonds in het leven geroepen zodat u onze BTW toch nog kunt terugkrijgen.

Vermindering loonbelasting
U kunt het gehele factuurbedrag exclusief de BTW als bedrijfskosten opvoeren (BTW verrekenen met de voorbelasting). Zodoende wordt er minder loonbelasting betaald.

Aftrek voorbelasting; afnemerprestatie; stoelmasseur (m/v)
Besluit van 30 januari 2002, nr. CPP2002/292M
Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein verbruiksbelastingen.
De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Vraag:
Een ondernemer sluit met een masseur contracten af, waarbij de masseur tegen betaling massage verricht bij werknemers, met het doel stressgerelateerde klachten op de werkplek weg te nemen of te verminderen. De spanningen kunnen aanleiding geven tot klachten zoals bijvoorbeeld rugklachten, RSI en/of een algemeen verminderd welzijnsgevoel. Teneinde deze klachten te verminderen worden hoofd, nek, schouders, rug, armen en handen gemasseerd. De behandeling duurt ongeveer 20 minuten en vindt plaats op de werkplek, in een speciaal daarvoor ontworpen stoel. Per behandeling wordt een bedrag aan de werkgever in rekening gebracht.

a Is de ondernemer de afnemer van de onderhavige prestatie? zo ja,
b Kan hij de voorbelasting ter zake in aftrek brengen? zo ja,
c Is het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (hierna: het BUA) van toepassing?

Antwoord:
a De werkgever contracteert en betaalt de masseur. De werkgever kan gelet op het contract met de masseur en het genot dat hij van de prestaties heeft, worden aangemerkt als de afnemer van de prestaties.
b De ondernemer heeft om die reden op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op aftrek van voorbelasting.
c De massages hebben onder meer tot doel spanningen weg te nemen en het algemene welzijnsgevoel van de werknemers te bevorderen. De werknemers kunnen met deze massage (ook buiten de werksfeer om) gebaat zijn. Dit mogelijke consumptieve element acht ik onder de gegeven omstandigheden evenwel volstrekt ondergeschikt aan het belang dat de werkgever daarvan heeft. De werkgever hoopt en verwacht immers dat door de massages ziekteverzuim wordt voorkomen of verminderd. De massagediensten zijn derhalve geen personeelsvoorzieningen zoals bedoeld in het BUA, zodat de aftrek van voorbelasting niet wordt uitgesloten.